DE WEIDE

  • Beschrijving
  • Meer details

JOHANNES MOSCHOS

Vertaling en nawoord Michiel op de Coul & Vincent Hunink
Inleiding Kristoffel Demoen
In De Weide reizen we omstreeks 600 rond in het Byzantijnse Midden-Oosten, kort voor de Arabische veroveringen. Talloze asceten hebben zich daar uit de wereld teruggetrokken, in groepsverband in kloosters of als kluizenaars in de verlatenheid. Een leven van absolute onthechting en versterving, lichamelijk en intellectueel. Algemeen bekend zijn de pilaarheiligen, maar de verscheidenheid aan monniken en asceten is veel groter.
Uit al die monnikenlevens heeft Moschos een armvol 'bloemen' geplukt en tot een krans gevlochten. De Weide is een reeks van anekdotes, reis- en levensverhalen, moralistische boodschappen, stichtelijke spreuken, fabels, parabels en 'short stories'. Nu eens charmant en amusant, dan weer bizar of aanstootgevend. Naastenliefde staat er naast straffende gestrengheid, nederigheid naast ascetische competitie.
Een wereld bevolkt door ketters en wonderdoeners, barbaren en rovers, geile en heilige vrouwen, demonen en engelen – maar bovenal door de ware helden van het geloof (en soms ook heldinnen): de woestijnvaders, of ‘bloedeloze martelaren’.
Johannes Moschos (ca. 550 – 619/634) was zonder het te weten een tijdgenoot van Mohammed. Zelf monnik-asceet-kluizenaar, reisde hij tussen 580 en 615 langs kloosters en kluizenaars in het gebied van Syrië, Palestina en Egypte. Onderweg heeft hij de verhalen verzameld voor zijn 'geestelijke weide'.