ITHAKA

  • Beschrijving
  • Meer details

PETER DICKER

In de maartdagen van 1999 ontkomt een journalist aan het geweld in Kosovo. Zijn vlucht voert hem naar het voor de Albanese kust gelegen Corfu, dat hij nog kent van een vakantiereis. Na zijn kijkje in de onderwereld lacht dit eiland hem toe als een paradijstuin. Totdat een ten dode opgeschreven beeldend kunstenaar hem verstrikt in een plan om de onsterfelijheid te verwerven.
In de aanloop naar het Griekse Paasfeest krijgt hun geschiedenis het beklemmende karakter van een odyssee. Tegen de achtergrond van de bombardementen van de NAVO houdt het tweetal Europa en haar cultuur tegen het licht. En probeert het de dood om de tuin te leiden.
In de apotheose ontdoet de hoofdpersoon zich als een slang van zijn oude huis. Gestorven, en herrezen. Of van een waan genezen?

Peter Dicker (1952) gaf een eerste weerslag van zijn reizen in Griekenland en van een langdurig verblijf op Corfu in de verhalenbundel De wolvebron. Eveneens bij Conserve verscheen zijn vertaling uit het Griekse van Vassilikos’ roman K. Voor Freek de Jonge stelde hij de bloemlezing De rode draad samen. De roman Curaçao, mijn hart was zijn gedenkteken voor de indianen die het slachtoffer werden van het koloniaal bewind op de benedenwinden.